| Beijum (1978-2008):
vroeger en nu “Weer heel even terug op de oude familieboerderij” |
In
In de boomgaard naast
boerderij de Bovenstreek (1966). Op de schommel zit Janita naast haar
broertje Peter; in de boom vriendinnetje Dineke Doddema. |
De Bovenstreek was één van de boerderijen die lagen op de plek waar later de woonwijk Beijum zou verrijzen. Janita Schotsman-Barkema heeft er jaren gewoond. In 1973 verhuisde zij met haar familie naar Haren. Maar in 1982 kwam Janita terug. Zij woont nu al weer vele jaren met plezier met man en twee kinderen in Beijum. Beijum platteland “Onze boerderij lag midden in de weilanden. Mijn vader had daar een gemengd bedrijf: we hadden vee en we verbouwden landbouwproducten als ook koren, haver en suikerbieten. Voor ons kinderen – we waren met z'n vieren – was de boerderij een ideaal speelterrein. We maakten hutten in het hooi. En in bergen stro maakten mijn broers grote gangenstelsels. Maar daar waagde ik mij niet in want ik ben een beetje claustrofobisch. Ons leven was trouwens niet gericht op de stad maar op Zuidwolde. Daar gingen we doordeweeks naar de lagere school en zondags naar de gereformeerde kerk. Ik vond het vreselijk dat mijn familie in 1973 de boerderij van de hand moest doen. Dat was noodzakelijk geworden omdat mijn vader enkele jaren eerder was overleden en de nieuwe wijk Beijum zou worden aangelegd.” Beijum in aanbouw “We verhuisden naar Haren. Ik maakte de middelbare school in de stad af en deed een opleiding voor verpleegkundige. Aan het begin van de jaren '80 ging ik werken in het AZG en daar trof ik mijn latere echtgenoot Hein. We woonden eerst in een heel tochtig arbeidershuisje in de Oosterpoort. 's Winters was het er zo koud dat de leidingen allemaal bevroren. Dat was geen doen. En dus gingen we op zoek naar een nieuw huis. Er werd toen driftig gebouwd in Beijum. Hein zei: laten we daar gaan wonen. Maar ik wilde niet: daar lagen te veel herinneringen. Omdat er verder niet direct veel andere woonruimte was, zijn we er op een gegeven moment toch gaan kijken. Een huis aan de Wilkemaheerd sprak ons enorm aan. Ook ik was – tot mijn eigen verbazing – enthousiast. We zijn daar gaan wonen en we hebben er nooit spijt van gehad. Een paar jaar later hebben we een woning aan de Jensemaheerd gekocht. Beijum dynamisch Die eerste jaren waren we heel maatschappelijk actief in de wijk. We voelden ons geïnspireerd door de progressieve sfeer die er toen in christelijke kringen in Beijum hing: we wilden solidair zijn met mensen in de verdrukking. We hebben ons bijvoorbeeld met veel andere gelovige wijkbewoners jarenlang ingezet voor de familie Sarma uit Sri Lanka. De Sarma's waren asielzoekers en ze moesten eigenlijk het land uit. Maar omdat de kerk hen hielp, greep de politie niet in. Uiteindelijk mochten ze na een lang juridisch proces in Nederland blijven. Voor Hein en mij was onze begintijd in Beijum een dynamische periode.” Beijum nu “Ons leven nu in Beijum is veel rustiger. We zijn ons in de loop van de tijd meer op ons werk en ons gezin gaan richten. We werken nu beiden in het UMCG, ik als verpleegkundige en Hein als infectiepreventieadviseur en docent. We hebben wel minder contacten in de wijk. Maar we wonen hier nog steeds erg graag. Voor ons gevoel leven we hier aan de Jensemaheerd aan de rand van Beijum bijna op het platteland. Zo verbouw ik in de tuin mijn eigen kruiden, zoals pesto en rozemarijn. En in de zomer hoor je de tractoren van de boeren op de nabijgelegen akkers. Soms waan ik me dan weer heel even terug op de oude familieboerderij.” |
![]() Hooien in de Appelhof anno 2008 (Framaheerd, Beijum-zuid), de plek waar De Bovenstreek stond. Bron: Hoofdartikel Regiokrant Groningen 23 juni 2008 |