Max van den Berg over 30-jarig Beijum

“Je moest vanuit Beijum in korte tijd naar de Grote Markt kunnen fietsen.”

 

Boven:
Wethouder Max van den Berg 1978. Uitreiking sleutel eerste woning (Fossemaheerd) in Beijum

Links:
Commissaris van de Koningen 2008 tijdens interview Regiokrant Groningen

Stadswijk Beijum bestaat dit jaar dertig jaar. Op 29 mei 1978 reikte toenmalig wethouder Max van den Berg de sleutel uit aan een van de eerste bewoners van Beijum. Dat gebeurde aan de Fossemaheerd, waar de eerste huizen van Beijum verrezen. Onderstaand een interview met de man die zeker zijn stempel op de nieuwe stadswijk drukte.

“Ik herinner me de overhandiging van de sleutel voor het eerste huis in Beijum nog. Ik ben twee perioden wethouder geweest, van 1970 tot 1978. Ik vond het ontzettend mooi om als scheidend wethouder in de gelegenheid te zijn om van een project waar je jarenlang op papier en juridisch mee bezig bent geweest, de eerste echte resultaten te zien. Het was een bijzonder moment om bij zo'n sleuteluitreiking een nieuwe wijk te zien ontstaan.”

Stadswijk Beijum
Ik vind het wel aardig om de achtergrond te schetsen van de wijk. Het was een poging om dichtbij de stad Groningen een aantrekkelijke, kwalitatief goede stedelijke woonomgeving te maken. Het was niet de bedoeling te concurreren met de omliggende dorpen, maar om mensen bij de stad te houden. En er moesten flinke aantallen nieuwe woningen gebouwd worden.

Woningen in plaats van boerderijen
Het Grondbedrijf van de gemeente probeerde ver vooruit te denken als het om de aankoop van grond ging. Zo ook in Beijum. Dat gebeurde aan de hand van structuurplannen die rekening houden met langetermijn ontwikkelingen. De boeren en hun organisaties wisten dat Beijum eraan ging komen. Er bestond een prijs voor de grond. We hielden altijd rekening met een planning waarbij je moest onteigenen. Dat hield de prijs bij onderhandelingen aan de keukentafel redelijk. Geld was het probleem meestal niet. Het ging meer om emoties. Zo'n boer raakt een stuk land kwijt waarmee hij zich verbonden voelt.

Verschillen met Lewenborg
Lewenborg was de wijk die ik kreeg toen ik wethouder was. Hoe knap Lewenborg ook is gemaakt, bijvoorbeeld verkeerskundig, er was wel een enorm probleem met de verkeersontsluiting in de richting van de stad. Ik ben toen niet populair geworden toen ik zei dat het verkeer uit Lewenborg niet over het Oosterhamriktracé mocht. Mijn fundamentele opvatting was: als je het autoverkeer uit zo'n groot woongebied rechtstreeks laat eindigen in de stad, dan raak je het niet meer kwijt. Alleen openbaar vervoer mocht erover. Vernieuwend was dat in Lewenborg het fiets en autoverkeer werden gescheiden. Ook werden woonerven aangelegd. Probleem in Lewenborg was ook de eenvormigheid: veel werd gebouwd door dezelfde bouwers. Dan krijg je veel broodjes van dezelfde bakker. Dit soort zaken wilden we in Beijum fundamenteel anders aanpakken.

Achtergronden van Beijum
Daarom waren de eerste gedachten over Beijum dat die wijk dichter bij de stad moest liggen en architectonisch heel divers moest worden. Een fietsverbinding via de Korrebrug moest er bovendien voor zorgen dat je binnen zeg een kwartier op de Grote Markt zou kunnen zijn. Dat is een groot voordeel voor het woonwerkverkeer dat wordt gedaan op de fiets. En er fietsen nogal wat Beijumers naar hun werk.


Bron: Regiokrant Groningen 6 mei 2008
Foto 1978: Fotograaf onbekend, vermoedelijk Nieuwsblad van het Noorden.
In Beijum wilden we een grote verscheidenheid in architectuur. Ook wilden we het oude land niet zomaar egaliseren en opspuiten, maar ook daarvan de diversiteit verwerken in het stedebouwkundige plan, dus bestaande waterlopen en verschillen in hoogte (wierden) in het plan meenemen. Daar moest het rioleringssysteem natuurlijk op worden aangepast. We wilden dus een soort culturele én ecologische diversiteit scheppen.

Jan Verheij
Stedebouwkundige Jan Verheij was mijn steun en toeverlaat. Hij dacht toen al na over hoe oudere mensen willen wonen. Die willen niet zo maar in een bejaardentehuis worden gestopt. Die ideeën werden ook meegenomen: diverse woningbouw, oudervoorzieningen en winkelcentra dichtbij. Dat zijn ideeën die toen heel vooruitstrevend waren. Dat heeft consequenties voor de vormgeving van de wijk. En daar hoorde ook veel groen bij.

Jan zag best dat dit erg veel geld kost. Maar, dacht hij, om het even simpel te stellen, een drainagebuis kun je zo maken dat er één keer in de 100 jaar een probleem mee is. Dan kun je 100 jaar alle regenbuien aan. Of je kunt met de helft daarvan genoegen nemen. Dat is een stuk goedkoper én met het geld dat je overhoudt kun je al die andere interessante dingen doen. We hebben dus de 'civieltechniek' niet al te dwingend laten zijn ten opzichte van de andere inrichtingseisen. Zo konden we geld vrij maken. En als Verheij het zei, was het op zijn minst een serieuze mening van een degelijke vakman. Als ik het zou zeggen kwam het natuurlijk van een wethouder die geen verstand had van techniek.

Problemen
Van wat ik later terughoorde, schrok ik nogal: de markt voor koopwoningen was ingestort. Koopwoningen in Beijum werden op grote schaal omgezet in huurwoningen. Je moet toch mensen in zo'n wijk zien te krijgen, met als resultaat een eenzijdige samenstelling van de bevolking. En er waren veel sociale problemen. Toen klonk 'Beijum' ineens als een probleemwijk. Ik ben ontzettend blij dat dit beeld weer wat gekanteld is. Mensen waarderen de kwaliteiten van de wijk. Zo'n woningmarkt herstelt zich gelukkig weer. Dan krijg je ook een bredere bevolkingssamenstelling. Dan blijkt zo'n stedebouwkundig plan uiteindelijk toch stand te houden. Daar ben ik erg blij om, want een stedebouwkundig plan kan ook misgaan.

Kritische noot
Er is een element waar ik later wat kritischer over ben geworden. Toen ik weer eens door de wijk fietste dacht ik: je hebt zoveel diversiteit aangebracht, dat de structuurbepalende elementen wat zoek zijn. Je hebt in een wijk ook dominante elementen nodig (pleinen, markante gebouwen). Voor een goed ontwerp heb je weliswaar diversiteit nodig, maar ook hoofdelementen die structuur geven aan een wijk. Het moet een combinatie zijn. Blijkbaar is er tijd nodig om daar achter te komen.

Heerden
Er was in die tijd een commissie die ging over de straatnaamgeving. Die koos ervoor de straten in Beijum naar diverse Groningse heerden (boerderijen) te noemen. Dat sprak me vanaf het begin erg aan. Niet straten met de naam van de zoveelste schilder of een sterrenstelsel. Die heerdennamen zijn een mooie manier om de wijk met de landelijke omgeving te verbinden.

 

Max van den Berg over de toekomst
Beijum heeft te maken met de vernieuwing van de Oostelijke Ringweg. Bij de Fossemaheerd komt een rotonde, de stoplichten verdwijnen en de ringweg wordt ongelijkvloers. Wij vroegen de mening van de commissaris.

Rotondes zijn een middel van de provincie om de doorstroming en de verkeersveiligheid te bevorderen. Hier is wel een dilemma, omdat mensen het gevoel hebben dat een rechte weg sneller is. Naarmate je het lokale en het doorgaande verkeer beter scheidt, ga je ook het sluipverkeer door de wijken tegen. Het werkt dan beter als stadsverdeelring, waardoor je minder verkeer tussendoor krijgt. We zijn als provincie ook erg bezig met het uitbreiden en verbeteren van het openbaar vervoer en de fietspaden. Om zoveel mogelijk woonwerkverkeer via openbaar vervoer te laten lopen. Deze ontwikkelingen laten Beijum niet onberoerd. Daaraan zie je dat ook die wijk onderdeel is van een sterk groeiend stedelijk netwerk.